Skip to main content

Kunstmatige intelligentie komt er niet aan. Het is er al. We hoeven geen strijdplan te maken over hoe we met hyperintelligente algoritmes om zouden moeten gaan, we hebben er al mee te maken.  We moeten ons aanpassen. Nu. De voordelen van kunstmatige intelligentie is in bijna alle gevallen evident, maar kunnen we omgaan met de nadelen die door de spelonken van de programmeertaal heen sijpelen?

Er lijkt een trend te zijn: hoe meer kunstmatige intelligentie er om ons heen is, hoe meer emotionele intelligentie we nodig hebben om er mee om te gaan.

Kunstmatige Intelligentie in gevecht met dokters

Het Oregon Research Institute – een psychologisch onderzoeksinstituut – lokte een aantal jaar geleden een gevecht uit met een groep dokters. Niet een echt gevecht, ze lieten hun A.I. (Artificial Intelligence) het opnemen tegen de dokters. Dokters zijn hoogopgeleid, hebben jaren en jaren gespecialiseerde training achter de rug, en maken dagelijks beslissingen die leven of dood betekenen. Het lijkt me overbodig om te zeggen dat ze complexe beslissingen moeten maken op werk. Het Oregon Research Institute heeft niet zomaar een tegenstander gekozen om te verslaan met een computercode.

De specialiteit van de gekozen tegenstander is, onder andere, inschatten of een huidzweer goed- of kwaadaardig is. Kortom, ze kijken of hun patiënten kanker hebben of niet. Ze kijken hierbij naar de grootte van de zweer, de kleur, en nog vijf andere factoren. Er zit jaren ervaring en expertise achter elke beslissingen die ze nemen op dit specifieke vlak. De eerste stap van de onderzoekers was om een algoritme te maken op basis van de zeven factoren waar de dokters ook naar kijken. Na de eerste ronde van het gevecht kunnen ze vervolgens het algoritme aanpassen naar wens en misschien uitrusten met zwaardere wiskunde voor nauwkeurigere beslissingen. Dit komt later, maar eerst: ronde 1 van de dokters versus Kunstmatige Intelligentie.

Beide groepen kregen 200 foto’s van huidzweren. Beide moesten beslissen of de patiënt die aan deze zweer vast zat kanker had of niet. Hierin konden ze kiezen van ‘zeker kwaadaardig’ tot ‘zeker goedaardig’. De dokters maakten al deze beslissingen individueel, er was geen grootschalige vergadering gepland waarin ze alle foto’s een voor een afgingen.

Wat blijkt nou, het algoritme sloeg in ronde 1 de dokters knock-out. Zelfs de allerbeste dokter was niet zo goed als het algoritme. Dit betekent niet dat hun beslissingen gemakkelijk te maken waren, het betekent wel dat hun denkpatroon in een relatief makkelijk model te vangen valt.

Het grappige is, de dokters waren het vaak niet met zichzelf eens. De onderzoekers hadden iedereen namelijk stiekem 100 dubbele foto’s gegeven, waardoor ze elke huidzweer twee keer zagen. Dit was geen enkel probleem voor het algoritme, maar een gigantisch probleem voor de dokters. De eerste keer dat een dokter een huidzweer ziet zou hij dus gezegd kunnen hebben ‘we gaan nu direct controleren of je kanker hebt!!’, terwijl hij de tweede keer zou dat hij dezelfde huidzweer ziet zegt ‘ah joh, niks aan het handje, ga lekker naar huis’.

We hebben dus geen dokters meer nodig? 

Het resultaat van dit onderzoek heeft grote gevolgen. Een van deze gevolgen is niet dat we geen dokters meer nodig hebben. Het algoritme was simpel, maar het is gebaseerd op de hooggespecialiseerde kennis van dokters. Zonder hen zou er simpelweg geen algoritme zijn.

Wat het wel betekent is dat een zeer specialistische vaardigheid, zoals het inschatten of een zweer kwaadaardig is, minder belangrijk wordt. Beeld je eens in, als jij kan kiezen tussen een dokter die een fantastisch beoordelingsvermogen heeft, maar een beetje bot is met patiënten, of een dokter die gemiddeld goed kan inschatten of een zweer kwaadaardig is, maar geweldig kan communiceren met de patiënt, waarom zou je dan voor dokter nummer 1 gaan als die vaardigheid overgenomen kan worden door Kunstmatige Intelligentie?

De set aan vaardigheden die dokters nodig hebben zal langzaam maar zeer verschuiven, de dokters zelf zullen nooit vervangen worden.

Emotionele Intelligentie kan niet in code gevangen worden

Elk beroep waarvan een deel kan worden overgenomen door Kunstmatige Intelligentie, zal een verschuiving zien binnen de benodigde vaardigheden in dat beroep. Net zoals bij elk beroep waarin communicatie met andere mensen van cruciaal belang is. Beide zullen zwaarder gaan leunen op emotionele intelligentie.

Emotionele intelligentie is een vaardigheid waar we geen technologische vervanging voor hebben. Een machine is sterker dan ons, een auto sneller en een computer heeft meer geheugen en rekenkracht. Er is geen enkel apparaat of algoritme dat ons kan matchen met emotionele intelligentie, laat staan het beter is.

Het knelpunt van deze technologische ontwikkeling is het begrip van ons eigen functioneren. Omdat we, neurologisch gezien, nog niet goed genoeg begrijpen hoe emoties precies werken, kunnen we er nog geen technologie van maken. Er is namelijk niet één specifiek gedeelte in je brein waar woede zit bijvoorbeeld. Er zijn veel verschillende soorten woede die op verschillende plekken in je hersenen zitten. En om het nog even iets lastiger te maken, deze verschillende plekken zijn anders voor elk individu. Ook worden emoties sterk bepaald door gedachten, persoonlijkheid en de situatie. Hierdoor is een emotie een zo moeilijk (be)grijpbaar concept is. We weten gewoon nog niet specifiek genoeg hoe het werkt. Het is een beetje alsof je water wilt pakken met een vork.

Het is te vroeg om op technologie te vertrouwen als het gaat over emotionele intelligentie. Daarvoor zullen we echt eerst onszelf moeten ontwikkelen.

We — en in dit geval doktoren — hebben emotionele intelligentie nodig om als beroepsgroep weerbaarder te zijn in de toekomst. Ik zal je het verschil laten zien tussen dokters met emotionele intelligentie en dokters zonder.

Dokters en emotionele intelligentie

Soms maken dokters fouten. Fouten die zo erg zijn dat de patiënt er zijn leven lang de gevolgen van merkt. Als dit gebeurt, dan klaag je hem aan toch?

Fout.

Als je naar dokters kijkt die zijn aangeklaagd en naar dokters die fouten maken dan komt er iets interessants bovendrijven. Het risico om aangeklaagd te worden voor een medische misstand heeft vrij weinig te doen met de hoeveelheid fouten die de dokter maakt of zelfs de ernst van de fout.

Als je met patiënten praat die hun dokter hebben aangeklaagd na een fout, zie je één constante factor: ze vinden hun dokter niet aardig.

De onderzoekers vonden een connectie tussen de mate dat de patiënten ervoeren dat de dokter om hun geeft en hoe vaak dokters aangeklaagd worden. Wat blijkt, hoe meer de patiënten het gevoel hadden dat de dokter echt om hun geeft, hoe minder ze hun dokter aanklagen. Een enorme groep patiënten die letsel overhield na een fout van diezelfde dokter, klaagde hem niet aan, precies om deze reden.

Wanneer vind je jouw dokter aardig? 

Een patiënt klaagt een dokter niet aan na fout als de dokter de tijd neemt om uit te leggen wat er is gebeurd, als hij aangeeft wat er is misgegaan en als hij de moeite neemt om vragen te beantwoorden. Kortom, als de dokter menselijkheid toont. Als je om iemand geeft, moet je jouw gevoel en jouw emoties afstemmen met die van de ander en vervolgens conform reageren. Hiervoor heb je veel emotionele intelligentie nodig.

Een patiënt klaagt een dokter dus aan wanneer die hem niet mag. En wat zorgt ervoor dat een patiënt de dokter niet aardig vindt? Lage emotionele intelligentie.

 

Hoe denk jij over emoties?

Laat ons dat veranderen!

Dit laten we je zien:

  • Onze nieuwste blogs

  • De beste inhoudelijke artikelen online

  • De meest recente wetenschap

  • Dagelijks inzetbare praktische oefeningen

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief