fbpx Skip to main content

Een emotie kan je niet zien. Je kan er geen meetlat naast leggen. Toch zeggen wetenschappers dat je een hoge of een lage emotionele intelligentie kan hebben. Maar wat betekent hoog of laag precies en wanneer ben je dan emotioneel intelligent?

Omdat emoties (nog) niet direct meetbaar zijn, hebben we manieren moeten vinden om ze indirect te meten. De natuurkunde doet dit bijvoorbeeld ook. Je kan namelijk niet een planeet op een weegschaal leggen om te kijken hoe zwaar die is, maar je kan het gewicht wel berekenen aan de hand van hoe groot de planeet is en hoe snel die om een ander hemellichaam draait.

Een probleem bij indirect meten is de validiteit. Dit is een van de kwaliteitsmaten voor hoe goed jouw emotionele meetlat is. Kortgezegd moet je jezelf afvragen: meet ik wel wat ik wil meten? Betekent het getal dat ik aflees wel wat ik daarmee bedoel. Als iemand hoog scoort met mijn meetlat is die dan emotioneel intelligent?

In de afgelopen jaren zijn er verschillende meetinstrumenten ontwikkeld. De een beter dan de ander en allemaal met hun eigen voor- en nadelen. De categorieën waar ze (bijna) allemaal in vallen zijn deze:

  • De vaardigheidstest
  • De ander-test
  • De zelf-test

De vaardigheidstest

Als je wilt weten hoe goed je bent in een bepaalde vaardigheid is de meest logische manier om hierachter te komen dit direct te meten. Je oefent de vaardigheid uit en kijkt vervolgens hoe goed je het hebt gedaan. Dit kan je ook doen met emoties. Varianten hiervan heb je vast wel eens in een boek, tijdschrift of online gezien. Je ziet het gezicht van een persoon die een emotie uitbeeldt, het is vervolgens aan jou de taak om de emotie te herkennen.

Bijvoorbeeld: op welke afbeelding zie je angst?

 

Een vraag uit een emotionele intelligentie meting

 

Dat was niet zo lastig lijkt me. Op foto 4 laat de vrouw angst zien.

Een van de redenen dat dit niet zo lastig was is omdat je een multiple choice krijgt. In het echte leven krijg je meestal niet vier opties waaruit je kan kiezen. Als je onderzoeken vergelijkt waar ze deze methode gebruiken ten opzichte van een open vraag, zie je het percentage goede antwoorden ineens drastisch dalen.

Probeer het zelf maar. Welke emotie laat de vrouw zien op foto 1, 2 en 3?

Dat was al een stuk lastiger of niet?

 

Een vraag uit een emotionele intelligentie meting

 

Een ander probleem is dat je op de foto’s van deze tests doorgaans mensen ziet die een emotie acteren. Het idee van een hoe een emotie er uitziet en hoe een emotie er daadwerkelijk uitziet, kan enorm verschillen. Jouw vaardigheid wordt op deze manier dus gebaseerd op hoe goed jij kan raden hoe de acteur denkt dat een emotie er uitziet.

De vaardigheidstests gaan ook met hun tijd mee, dus ze worden wel steeds beter. Soms laten ze filmpjes zien, wordt er een specifiek scenario geschetst, of er moet je je inleven hoe bepaalde emoties voelen. Een filmpje is al beter dan een foto want je ziet iemands dynamiek en de opbouw van de emotie. Helaas is hiermee het probleem van het acteren niet opgelost. Daarnaast mist je de context. Een emotie bestaat namelijk niet in een vacuüm. De omgeving waarin iemand verkeerd geeft betekenis aan de uiting. Iemand kan bijvoorbeeld nors kijken. Zit deze persoon in een studieruimte met z’n neus in de boeken zou ik waarschijnlijk voor concentratie gaan, maar kijkt hij een voetbalwedstrijd kom ik met hetzelfde gezicht tot een andere conclusie.

Dit zijn ook de twee redenen dat ik geen ‘goed’ antwoord voor je heb bij de vraag over welke emoties de vrouw laat zien op foto’s 1, 2 en 3. Ze acteert de emoties namelijk en dit doet ze zonder enige context.

De ander-test

Iemand die jou goed kent, geeft antwoord op vragen over jou. Hierdoor kan je jezelf niet beter voordoen dan je bent. Alleen meet je nu eerder reputatie of imago dan daadwerkelijk emotionele intelligentie. Daarnaast zal je in verschillende situaties verschillend handelen en deze persoon kan onmogelijk altijd bij jou zijn en daarmee dus automatisch een vertekend beeld weergeven.

De zelftest

Bij een zelftest beantwoord je de vragen over jezelf. Dit heeft het duidelijk voordeel ten opzichte van de vorige methode dat jij weet hoe je in verschillende situaties handelt en het duidelijk nadeel dat je dat op de test kan laten verbloemen door sociaal wenselijk antwoord te geven of je beter voor te doen dan je bent.

Deze manier van testen is de standaard binnen psychologisch onderzoek. Ik zou dit ook eerder een meetinstrument noemen dan een vragenlijst, want dat doet meer eer aan de hoeveelheid werk die er inzit om hem goed af te stellen. Iedereen kan op een middagje een vragenlijst maken, een meetinstrument duurt doorgaans een aantal jaar. Er worden 5 à 6 keer zoveel vragen bedacht als dat er aan het einde overblijven. Als een meetinstrument uit 20 vragen bestaat is het niet vreemd dat een eerste versie uit meer dan 120 vragen bestaat. Deze rigoureuze selectie wordt niet zom

aar op het oog gemaakt, er komen grondige statistische analyses aan te pas onder verschillende groepen mensen over de loop van meerdere onderzoeken. Dit is de reden dat het bouwen van zo’n meetinstrument zo lang duurt, maar ook dat wetenschappers zich er dusdanig comfortabel bij voelen om de resultaten serieus te nemen.

Tot het moment dat we een emotie direct kunnen meten – en misschien is dat wel nooit – is de zelftest de meest betrouwbare categorie die we hebben.

Hoe denk jij over emoties?

Laat ons dat veranderen!

Dit laten we je zien:

  • Onze nieuwste blogs

  • De beste inhoudelijke artikelen online

  • De meest recente wetenschap

  • Dagelijks inzetbare praktische oefeningen

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief