Skip to main content
Een Interview met basisarts Stijn

Stijn: “Soms is de helft van je gesprek met een patiënt erachter komen waar iemand überhaupt voor komt. Verschillende mensen kunnen met dezelfde klacht naar je toe komen, maar ervaren compleet andere emoties. Als je er niet achter komt welke zorgen of welke angst je moet wegnemen, heeft het bezoek of gesprek geen zin. Daarom moet je als arts goed om kunnen gaan met je emoties.”

Stijn is basisarts en werkt op de spoedeisende hulp. In september begint hij met zijn opleiding tot huisarts. Kortgeleden heeft hij onze basiscursus emotionele intelligentie afgerond en ik spreek met hem over zijn eerste ervaring in zijn omgang als arts met emoties, wat hij geleerd heeft en hoe hij situaties in het ziekenhuis, met zijn patiënten en collega’s nu anders aanpakt.

 

“Ik begrijp mijn patiënten beter omdat ik mijn eigen emoties nu goed kan benoemen.”

 

Stijn, vertel eens hoe jouw werk er op dit moment uitziet.

Ik werk op de spoedeisende hulp (SEH) en zie voor meerdere verschillende specialismen patiënten die daar binnenkomen. Ik doe het eerste gesprek en lichamelijk onderzoek van een patiënt die binnenkomt. Daarna bepaal ik of ik aanvullend onderzoek moet doen, hoe ik patiënt wil behandelen en of ik deze wil opnemen. Dit laatste gaat vaak samen in overleg met een desbetreffende specialist. Op de SEH zelf werk ik vaak samen met SEH-verpleegkundigen en artsen van andere specialismen.

Veel contact met verschillende mensen dus. Dat brengt ook veel verschillende emoties met zich mee.

Voor de cursus dacht ik dat ik goed was in het herkennen van mijn eigen emoties. Waar ik tijdens de cursus achter kwam was dat ik goed ben in het registreren van affect, ik merk goed wat ik voel, maar welke emotie dat precies is, was de volgende stap.

 


Stijn heeft het hierboven over affect. Dit is het affect-model. Je kan jouw gevoel altijd indelen ergens in deze grafiek. Je voelt namelijk altijd iets. Dat gevoel kan op de schaal van actief naar passief indelen en op de schaal van onaangenaam naar aangenaam. Op die manier kan je makkelijker de juiste emotie benoemen.

 

Het affect-model heb ik vaak gebruikt. Ik ben daar een hele periode actief mee bezig geweest. Soms voel je meerdere dingen door elkaar heen, dus het blijft lastig. Het hele eerste stuk van de cursus over zelfbewustzijn vond ik erg goed, omdat het je dwingt bezig te zijn met je eigen emoties. Je moet toch eerst bezig zijn met jezelf, voor je naar anderen gaat kijken.

Hoe heb je jouw nieuwe zelfbewustzijn gebruikt?

Als ik op de spoed zat, merkte ik dat ik soms snel geïrriteerd was. Op dat moment ging ik kijken waar in het affect-model ik zat. Hoe geactiveerd voel ik me? Hoe prettig of onprettig is dit gevoel? Waar komt dit gevoel vandaan? Noem ik dit stress? Door het stappenplan en de lijst met voorbeeld-emoties kon ik dat bijvoorbeeld ‘overweldigd’ noemen. Door dit vaker te doen kon ik duiding geven aan wat ik voelde.

 

“Door mijn eigen gevoel te analyseren ga ik er rationeler naar kijken.”

 

Ik geef bijvoorbeeld best veel (slechtnieuws)gesprekken. Soms kom ik daar best aardig uit, maar soms denk ik: dat voelde niet zo lekker. De logische vraag die je jezelf stelt is: waar komt dat vandaan? De persoon die je spreekt wekt natuurlijk altijd bij jezelf ook gevoelens op. Dan is het interessant om op te merken waarom je bij de ene persoon iets anders voelt dan bij de ander.

Door op deze manier naar je eigen gevoel te kijken kan je er wat meer afstand van nemen. Het klinkt misschien een beetje gek, maar door mijn eigen gevoel zo te analyseren ga ik er rationeler naar kijken. Daardoor begrijp ik mezelf nu beter.

Heeft dat iets veranderd in de manier hoe je lastige situaties op werk aanpakt?

Ik heb hiervoor niet echt last gehad van onprettige gevoelens, misschien ook omdat ik ze dan negeerde, maar als ik nu iets voelde, kon ik even rustig nadenken over wat ik voelde en waarom. Soms heb je namelijk van die gevoelens die blijven hangen, waarbij je eigenlijk niet helemaal weet waar ze vandaan komen of waarom je ze hebt.

 

“Ik had nooit het gevoel dat ik overweldigd was, maar toen ik de emotie kon benoemen werd de situatie anders voor mij.”

 

Bijvoorbeeld toen ik me overweldigd voelde. Ik had nooit het gevoel dat ik overweldigd was, maar ik was de hele dag druk en kortaf, voornamelijk tegen mezelf maar ook naar anderen. Dat speelde de hele dag door. Ik wist toen wel dat ik me niet helemaal lekker voelde, want ja het is druk. De situatie werd anders voor mij toen ik het een naam kon geven. Ik realiseerde me dat ik er actief iets mee kon doen. Als ik dit vroeger voelde, wist ik dat het druk was. Als oplossing ging ik dan harder doorwerken en sloeg pauzes over. Toen ik er eenmaal die naam aan had gegeven, dacht ik, waar ben ik mee bezig, ik moet gewoon iemand vragen om me te helpen want deze drukte is teveel voor mij alleen.

Eigenlijk heel simpel, maar als je die term er niet aan geeft ben je er toch op een andere manier mee bezig. Ik heb toen gezegd: jongens dit gaat zo niet. Een collega heeft toen een deel overgenomen. Dat gaf mij meer rust. Daardoor veranderde alles. Ik had vrij snel mijn dingen weer op orde. Dat gevoel van overweldiging werkt heel contraproductief, want je bent de helft van de tijd bezig met dat gevoel omdat dat niet fijn is. Vervolgens kan je niet meer bezig zijn met de dingen die je zou moeten doen.

Patiëntgerichte zorg is een steeds grotere pijler geworden in de gezondheidszorg de laatste jaren. Hoe helpt jouw emotionele intelligentie jou in de communicatie met je patiënten?

In mijn optiek was ik al best goed in het inschatten van andermans emoties. Al is dat wel verbeterd omdat ik het affect bij andere ben gaan inschatten en daar een emotie aan plakte. Je voelt dat iemand in een van die vier kwadranten zit, maar het is niet altijd heel duidelijk waarom.

Soms is het heel duidelijk, bij bijvoorbeeld een slechtnieuwsgesprek of bij een goednieuwsgesprek, maar soms heb je een gesprek met een patiënt en zie je een emotie die je niet helemaal kan plaatsen. Je deelt positief nieuws, maar iemand lijkt daar dan niet blij mee te zijn, of iemand is heel actief terwijl je een rustig en duidelijk gesprek wil hebben. Dan denk ik: waarom is dat nou? Mensen kunnen heel actief zijn en snel praten als ze een onderwerp willen vermijden. Die extra stap om dit bij anderen op te merken heb ik me beter eigen gemaakt. Hiervoor herkende ik wel dat er iets niet helemaal klopte. De vraag wat er dan precies niet klopte, bleef dan onbeantwoord. Nu kan ik die emotie beter plaatsen.

dokter emoties

Heb je daar een voorbeeld van?

Ik had een patiënt met COPD, dat is een ziekte die je kan krijgen als je veel en langdurig rookt, het is een soort longschade. De patiënt was nog niet gestopt met roken en hij had een ernstige vorm van COPD. Ik wilde dat bespreken en uitleggen en had als doel dat hij thuishulp zou krijgen, maar hij sprong elke keer over dat onderwerp heen. Telkens als ik thuishulp ter sprake bracht, begon hij over zijn COPD of over iets anders. Ik vroeg me heel erg af waarom hij dit deed. Ik wilde hem iets bieden dat hem kon helpen en vervolgens slaat hij een ander pad in.

 

“Soms lopen emoties als angst, onmacht en verdriet een beetje in elkaar over en zijn ze moeilijk uit elkaar te halen. Doordat ik er bij mezelf nu meer mee bezig bent, kan ik het ook beter bij anderen plaatsen.”

 

Ik kwam er toen achter dat hij het eigenlijk heel moeilijk vond. Het zou een volgende stap in zijn ziekteproces zijn. Met het aanvaarden van thuishulp zou hij echt moeten toegeven dat hij een probleem heeft en moeten toegeven dat hij hulp nodig heeft vanwege zijn ziekte. Ik kwam erachter dat er voornamelijk angst speelde. Angst voor ouderdom, angst voor het toegeven van de ziekte en angst voor een confrontatie met zijn vrouw, want daar zat hij niet mee op één lijn. Het was heel mooi toen ik dat eenmaal doorhad. We hadden toen een gesprek met zijn vrouw erbij, aan wie ik alles goed heb kunnen uitleggen. Ik vertelde dat de ziekte er nou eenmaal was. Je kan daartegen strijden, maar je kan ook de hulp aanvaarden en proberen of het bij je past. Als het dan niks is, dan stop je er gewoon mee. Uiteindelijk accepteerden ze de hulp. Er komt nu elke dag iemand  langs om hem te helpen thuis. Ook heb ik achteraf het gevoel dat hij en zijn vrouw nu meer op één lijn zitten. Over zijn ziekte, wat hij nog wel kan, wat niet meer en de zorg die hij nodig heeft.

Voor het volgen van de cursus had ik minder goed de vinger op de zere plek kunnen leggen. Ik voelde wel aan dat er iets was, maar ik kon net niet het goede label op de situatie plakken. Angst, onmacht en verdriet zijn altijd wel onderdelen van deze gesprekken. Soms lopen deze emoties een beetje over in elkaar en zijn ze moeilijk uit elkaar te halen. Doordat ik er bij mezelf nu meer mee bezig bent, kan ik het ook beter bij anderen plaatsen.

En de communicatie met collega’s? Dat is natuurlijk heel iets anders dan met een patiënt.

Als ik met collega’s communiceer merk ik dat vroeg reguleren echt goed werkt. Het loont om vroeg in te springen als ik iets merk. Soms laat iemand heel kort iets vallen of merk ik dat als we ergens mee starten dat er iets niet helemaal goed zit. Daar spring ik nu direct op in, dan maak ik nog een kans. Bij collega’s zie ik nog wel eens een emotionele kaping, waar ze hun emoties (bijna) niet meer kunnen reguleren. Als je daar niet op tijd bij bent, is de dag verloren. Als ik zoiets nu merk kaart ik dat meteen aan.

Laatst was het erg druk op de spoed. Er is altijd één persoon die daar alles coördineert en ik merkte dat het hem een beetje te veel werd. Er was een patiënt die op de SEH gezien moest worden waar veel diagnostiek voor nodig was maar we hadden daar geen plek voor. Dit was een langdurig proces in een situatie waar er al een tekort aan tijd was. Ik ben toen vroeg naar hem toe gegaan om kenbaar te maken dat de patiënt kwam en te overleggen hoe we dit het beste konden doen. Ik benoemde zijn overweldigende gevoel en dat het hem eigenlijk te veel wordt, maar dat deze patiënt wel gezien moest worden. Eerst baalde hij enorm, maar achteraf vertelde hij mij dat hij er wel heel blij mee was omdat hij toen zelf ook doorhad dat het hem te veel werd. Ik heb het idee dat als ik dat niet had benoemd hij misschien wel was ontploft. Dit was nu niet het geval. Je haalt de angel er dan voor hem uit en creëert zijn moment van bewustzijn. Hij heeft nu de kans zichzelf hierop te reguleren.

 

“De cursus geeft je meer inzicht in jezelf.”

 

Wat vond je van de opzet van de cursus met de korte lesjes?

Zonder de oefeningen zal je de stof minder goed begrijpen. De oefeningen zijn belangrijk zodat je meteen kan toepassen wat je geleerd hebt.

Ik heb hele onregelmatige diensten, met onregelmatige tijden. Ik kan er niet elke dag aan zitten. Op een vrije dag thuis deed ik twee of drie lesjes. Dan kon ik me er lekker in verdiepen. De eerstvolgende werkdag probeerde ik die lessen toe te passen. Ik vond het zelf prettig om een paar lessen achter elkaar te doen. Dat kon ik dan meenemen naar mijn werk en direct toepassen. Het was fijn dat ik daar zelf voor kon kiezen.

De cursus geeft je meer inzicht in jezelf. Je kunt rationeler naar jezelf kijken en naar anderen ook. De manier waarop het geschreven is, met verhalen, oefeningen en filmpjes, vond ik persoonlijk heel prettig. Zelf kan ik geen uren achter elkaar informatie opnemen. De manier hoe ik informatie tot me neem sluit heel erg aan bij de cursus. Ik moet iets horen, nadenken hoe ik zelf in sta en of ik het begrijp en dan direct toepassen en achteraf evalueren hoe ik het vond gaan. Het was heel relaxt om te lezen. Het is geen tekstboek dat je voor je hebt. Het is alsof je een les krijgt waarin iemand gewoon tegen jou praat.

Klik hier als je meer wilt weten over de basiscursus emotionele intelligentie